Arts, assistente en zeeffunctie

18-01-2018

In hoeverre mag een huisarts taken overlaten aan zijn praktijkassistente?

 

In deze zaak geeft een patiënt blijk van hoge medische consumptie bij zijn huisarts. De patiënt spreekt ook regelmatig de assistente over allerlei zaken.

De patiënt beklaagt zich bij de tuchtrechter over de huisarts met onder meer de klacht dat hij teveel ‘medische handelingen’ heeft overgelaten aan zijn assistente.

 

Het tuchtcollege stelt voorop dat in een tuchtzaak weliswaar het persoonlijk handelen van de huisarts centraal staat, maar dat een patiënt ook kan klagen waar het betreft gedragingen van assistentes. De huisarts is immers verantwoordelijk voor het voeren van een deugdelijke praktijk en kan tuchtrechtelijk worden aangesproken indien er iets schort aan zijn praktijkorganisatie, waaronder het mogelijk niet goed functioneren van assistentes.

 

Het tuchtcollege overweegt dat triage – ook wel aangeduid als ‘de zeeffunctie’ – een onmisbaar instrument is in een huisartsenpraktijk. Als een patiënt die in verband met een gezondheidsklacht naar de praktijk belt, dan krijgt hij/zij een assistente aan de lijn. Het is dan de taak van de assistente om op grond van de door de patiënt verstrekte informatie over de aard en de ernst van de klacht te beoordelen of het nodig is een afspraak met de huisarts te maken. In het geval de assistente dit niet nodig acht, zal zij de patiënt informeren c.q. adviseren wat deze het beste kan doen. Het spreekt voor zich dat assistentes deze taak mede uitvoeren aan de hand van het medisch dossier. De assistentes mogen het medisch dossier raadplegen, omdat zij een van de arts afgeleid beroepsgeheim hebben.

Ook het uitschrijven van verwijsbrieven en recepten is een taak van assistentes, zij het dat dit altijd geaccordeerd dient te worden door de huisarts.

Het tuchtcollege wijst de klacht van de patiënt af omdat niet gebleken is dat de huisarts teveel taken aan zijn assistente heeft overgelaten.

 

De les die uit deze uitspraak volgt is, dat een huisarts tuchtrechtelijk kan worden aangesproken op zijn praktijkorganisatie en dus ook op het functioneren van zijn assistente(s). Voor de praktijk is het van belang dat de taakverdeling tussen huisarts en assistente(s) voor alle betrokkenen duidelijk is. Een taakverdeling kan schriftelijk worden vastgelegd en in een praktijkhandboek worden opgenomen zodat dit kenbaar en te raadplegen is. In het onverhoopte geval van een klacht kan de huisarts zich onder verwijzing naar dit praktijkhandboek en de daarin neergelegde afspraken adequaat bij de tuchtrechter verdedigen.

 

Mr. Oswald Nunes

ol.nunes@kbsadvocaten.nl

Tel. (030) 21 22 871